…Of toch niet? Vroeger was het vanzelfsprekend. Ik kwam heel regelmatig bij mijn opa’s en oma’s. Op woensdag kwamen de ouders van mijn moeder mij altijd ophalen en hadden ze kibbeling bij zich. In de weekenden zag ik de ouders van mijn vader. Tussendoor en tijdens vakanties zag ik ze ook heel vaak.

De rest van de familie zag ik dan als we bij opa en oma op visite waren of tijdens verjaardagen. Ik keek er altijd naar uit. De gezelligheid, iedereen samen en ik kon lekker spelen met nichtjes en neven.

De scheiding

Toen mijn ouders uit elkaar gingen, werd de familie nog een stuk groter. De partners van mijn ouders hadden beiden een vrij grote familie en ook daar kwam ik graag. Ik zag iedereen ook echt als familie, ook al was dat niet aangetrouwd of bloedverwant.

Met de partner van mijn moeder lag ik helaas vaak overhoop. Ruzie om de kleinste dingen, slaande deuren en een eigenwijze ik. Met mijn stiefzusje daarentegen kreeg ik een leuke, goede band. We waren echt zussen geworden. Ook al is ze maar een jaar jonger, ik zag haar toch als mijn kleine zusje en trots dat ik was als ze iets bereikt had. Zoals het behalen van de basisschool of als ze een gymwedstrijd had. We hadden wel eens ruzie, maar dat hoort er nou eenmaal bij.

De deur uit

Toen ik het huis verliet op mijn 18e werd het een stuk rustiger bij mijn moeder thuis. Ik kon het opeens heel goed met haar partner vinden. Veel fijner dan die twee dwarse mensen die veel te veel op elkaar lijken en elkaar in de haren vliegen. Ik beschouwde hem direct veel meer als familie dan toen mijn moeder bij hem introk.

Mijn stiefzusje zag ik steeds minder vaak. We gingen onze eigen weg, maar ik vergat haar nooit. En ik ging inmiddels niet meer met mijn ouders mee naar alle verjaardagen, dus ook de rest van de familie zag ik minder. Toch bleef de band met mijn opa’s en oma’s altijd heel sterk. Behalve toen ik in een heel slechte relatie zat, die eindigde in huiselijk geweld. Dit jaar had ik (bijna) geen contact met familie. De enige persoon die ik nog zag was mijn moeder.

Mijn vader heb ik dat jaar heel erg gemist. Vooral tijdens zijn 50ste verjaardag waar ik niet bij kon zijn. Als ik die periode over kon doen, had ik het heel anders gedaan, maar omdat dit niet gaat moest ik mezelf vergeven en hoopte dat mijn vader dit ook kon. Gelukkig is die relatie hersteld en is onze relatie nog beter dan het ooit geweest is.

Het heden

Tegenwoordig kijk ik heel anders tegen het begrip familie aan. En al helemaal de onvoorwaardelijke liefde die er voor mij aan vast hing. Er zijn een aantal mensen in mijn familie, bloedverwanten, waarvoor ik door het vuur zal blijven gaan. Maar er zijn een aantal mensen buiten gevallen waarvan ik het nooit zag aankomen. Tot nu. Ik heb een aantal aanvaringen gehad met de ouders van mijn vader. Met betrekking tot mijzelf, (ik moest een relatie behouden omdat zij vonden dat je maar moest blijven vechten, zij waren immers ook nog steeds bij elkaar) maar ook met betrekking tot mijn vader. Zij weten niet eens van zijn ziek zijn af! Onvoorwaardelijke liefde geldt voor mij niet meer bij deze mensen. We zijn zelfs bijna vreemden geworden. En hoe veel pijn het ook doet, voor mij is het beter zo. Sinds ik een gesprek met ze heb gehad, ben ik veel rustiger geworden. Als ze nu komen te overlijden zal ik het nog steeds moeilijk vinden, maar ik zal geen “wat nou als…” meer hebben. We zijn erover uit dat we anders over relaties denken en zij accepteren niet dat ik niet wekelijks meer op de stoep sta. Helaas, ik heb nu een rijk leven opgebouwd. Daar hadden ze een mooi plekje in kunnen krijgen, maar het is te min. Dan is het tijd voor loslaten.

Buiten de bloedverwanten

Heb ik ook familie, die wel onvoorwaardelijke liefde verdienden. Mijn stiefouders horen daar zeker bij. Die staan altijd voor me klaar, net als mijn ouders. Mijn partner en zijn ouders, broers en schoonzusje vallen er voor mij ook onder. Iedere donderdag eten we bij mijn schoonouders met de hele club en ik voel me dan echt wel thuis. Geen verplichtingen, gewoon gezellig. En een leuke bijkomstigheid is dat we zelf niet hoeven te koken natuurlijk!

Maar ook een aantal vrienden en vriendinnen zie ik meer als familie dan een deel van mijn echte “familie”. Dit is familie die ik zelf mocht uitzoeken. Hoe fijn is dat? Je weet dat je altijd op ze kan bouwen, dat ze er voor je zijn als je ze nodig hebt én ze weten dat dit andersom ook zo is. Geen bloedverwanten, wel liefde.

Nu zie ik in, dat familie dus niet altijd onvoorwaardelijke liefde is en moet zijn. Soms is het maar beter om los te laten, hoe moeilijk dat ook is. Ik heb veel meer rust gevonden en meer liefde over voor anderen, die het zeker dubbel en dwars verdienen!!

Het nummer van deze week: Cannonbal van Lea Michele. Een prachtig nummer die de relatie van mij met de ouders van mijn vader wel een beetje beschrijft.

 

Liefs, Renée x

 

Share this post! If this post was insightful for you, share it with your loved ones so that they can better understand what you are going through.
Deel dit artikel! Als dit artikel voor jou inzichtelijk was, deel het dan met je omgeving - laten we het samen hebben over mentale gezondheid.

Renée

Ervaringsdeskundige op het gebied van PTSS, burn-out, persoonlijkheidsproblematiek en eetstoornis. Als ik door mijn verhaal te vertellen één persoon kan helpen, ben ik al tevreden!

Related Posts

Gerelateerde berichten

Heb je een vraag? Onze professionals en ervaringsdeskundigen staan voor je klaar.

Ask your question to a professional or former client!