Ik sta op straat. Mensen lopen langs mij heen. Ik zie een groep toeristen die een foto maken van de kerk. Ik zie jonge meisjes die samen voor het eerst alleen aan het shoppen zijn. Ik zie mannen die achter hun vrouwen aansjokken met overvolle tassen met kleding. Zouden ze het zien? Zouden ze het zien dat ik depressief ben? Het staat met onzichtbare koeienletters op mijn voorhoofd geschreven. Om mij heen hangt een zwart gewaad. Ze moeten toch wel iets voelen als ze mij in de ogen kijken? De wereld draait door, de maatschappij doet wat hij moet doen. Ondertussen heb ik neiging om op pauze te drukken. Het zou zo fijn zijn als die pauzeknop ook daadwerkelijk bestond. Dan kon ik even tot rust komen, alleen met mijzelf. Dan kon ik de chaos in mijn hoofd op orde brengen, zonder dat ik iets van het leven mis. Het is toch niet eerlijk dat er al drie jaren als het ware verspild zijn door een depressie? Die jaren krijg ik niet meer terug.

Ik sta op straat. Ik zie een peuter achter een paar duiven aanrennen. Zijn moeder staat ernaast en maakt er een filmpje van. De peuter giert het uit van plezier. Ik zie mijn babyfotoalbums voor me. De eerste foto waar ik aan moet denken is er eentje waar ik met de zonnebril van mijn oom en de schoenen van mijn tante door het huis rondloop. Hoe zou mijn moeder zich gevoeld hebben toen ze die foto maakte? Had ze ooit gedacht dat haar dochter, die toen een jaar of anderhalf was, op latere leeftijd een depressie zou krijgen? Had ze ooit gedacht dat die grote glimlach op het zicht van dat kleine meisje ingeruild zou worden door naar beneden gezakte mondhoeken? Ik vraag het mij soms af.

Ik sta op straat. Het is aan het schemeren en de lantarenpalen springen aan. Ik kijk naar de lantarenpalen en zie dat er eentje niet brandt. Zijn licht is kapot en moet vervangen worden. Mijn lantarenpaal is ook kapot. Soms knippert hij en lijkt hij het te doen. Dat knipperen is vaak maar van korte duur. Daarna valt hij weer uit. Het licht is al op verschillende manieren geprobeerd te repareren. Eerst kwam er een reparateur die analyseerde wat het probleem was. Vervolgens stelde hij een plan van aanpak op zodat mijn lantarenpaal weer kon branden. Toch kreeg de reparateur hem niet aan de praat, het bleek moeilijker dan gedacht. Hij belde een nog kundigere reparateur, maar ook hij kreeg mijn lantarenpaal niet aan de praat. Samen kwamen ze erachter dat het aan de bedrading lag. Alle draden zitten door elkaar waardoor spanning ontstond met kortsluiting tot gevolg. De monteurs moeten de hulp inroepen van een nóg kundigere reparateur om mijn lantarenpaal weer te laten branden.

Ik sta op straat. Het is donker. De vermoeidheid schuift over mij heen. Ik wil mezelf op de grond laten vallen en nergens aan denken. Mijn hoofd heeft zich gevuld met watten. Woorden gaan door mijn hoofd, maar zinnen kan ik niet vormen. Ik wil schreeuwen. Schreeuwen van frustratie. Ik wil dat iemand mij hoort en naar mij luistert. Vanbinnen brandt het, maar vanbuiten is daar niks van te zien. Ik wil wegrennen, maar mijn voeten staan vastgenageld aan de grond. Hulpeloos kijk ik in het rond, maar de mensen hebben haast. Ze zien mij niet eens staan. Ik draai me om en loop in gezelschap met de maan naar huis.

Liefs, Ghyta

Share this post! If this post was insightful for you, share it with your loved ones so that they can better understand what you are going through.
Deel dit artikel! Als dit artikel voor jou inzichtelijk was, deel het dan met je omgeving - laten we het samen hebben over mentale gezondheid.

Ghyta

Door te vertellen over mijn eigen ervaringen, hoop ik mensen die kampen met psychische ziektes te kunnen ondersteunen in hun proces. Ik vind het belangrijk dat psychische ziektes worden erkend als échte ziektes, ook al zijn ze vaak niet zichtbaar.

Related Posts

Gerelateerde berichten

Heb je een vraag? Onze professionals en ervaringsdeskundigen staan voor je klaar.

Ask your question to a professional or former client!